Kapper

26-08-2013 12:00

Kapper

Ben van de week naar de kapper geweest. De boel moest gekortwiekt worden. Normaal hebben wij een kapster die aan huis komt. Zo’n huis, tuin en keukenkapster. Ja, ze komt bij ons aan huis, knipt in de keuken en als het mooi weer is in de tuin. Maar nu is ze ziek en het ziet er naar uit dat dat wel een tijdje gaat duren. Dus, op een doordeweekse dag sprong ik op de fiets en ging op zoek naar een kapperszaak. Ik kwam bij een kapsalon terecht waar boven de deur met grote letters stond: "Het knippertje." Wat leuk zo’n originele naam. Je ziet dat steeds vaker. Zo heb je ook "viswinkel de vissenkom", bushalte, "Het wachtertje" en de laatste jaren van haar leven woonde mijn oma in verzorgingshuis "de laatste adem." Ook op de deur van de kapperszaak stond met van die doorzichtige plakletters: "Het knippertje." Ik ging naar binnen en voor de deur lag een voetveegkokosmat met daarop nogmaals de naam van de zaak. Het kan de klant dus niet ontgaan wat ze daar doen. Dat was vrij duidelijk. Meteen stond er zo’n nog-net-niet-kapster naast me. Eentje in opleiding, een stagiaire. Die mag alles behalve knippen. Ze begroette mij vriendelijk en zei op kinderlijke toon: "U wilt geknipt worden? Nou, daar zijn wij voor." "Hé, ‘t is niet waar?" dacht ik nog. "Neemt U maar even plaats in de koffiehoek." Dan word U zo geholpen. De koffiehoek! Het was alsof ik weer op de kleuterschool zat. Daar hadden we ook een "koffiehoek" en dronken we zogenaamde koffie uit een poppenservies. Ik ging zitten aan een lange tafel waar nog twee vrouwen zaten te wachten. Eentje met zo’n droogkap op d’r hoofd en een wat oudere dame die een Margriet zat te lezen. Deze koffiehoek had helemaal geen koffie. Alleen maar damesblaadjes. Geen blaadjes voor mannen. En in de kappersstoelen zaten ook alleen maar dames. "O jee, zit ik in een dameskapsalon?" dacht ik en voorzichtig vroeg ik aan de mevrouw die de Margriet aan het lezen was of dat ook zo was. "Nee, ze knippen ook heren. Maar de "herenhoek" is doordeweeks gesloten omdat uit ervaring blijkt dat er dan niet veel mannelijke klanten komen. Maar U mag vast wel even in de "dameshoek" zei de oudere dame op moederlijke toon tegen mij. Meteen kwam de nog-net-niet-kapster me halen en bracht me inderdaad naar de dameshoek waar ik naast twee andere dames kwam te zitten. "We knippen U even hier want…." Ik onderbrak haar en zei dat ik het "waarom" net had gehoord van die mevrouw. "Ja", lachte ze, "maar dat geeft helemaal niet hoor". Wat? Wat geeft helemaal niet? Dat ik me als man laat knippen op een doordeweekse dag. Mag dat niet? "Ik zal Uw haren even wassen. Ik mag nog niet knippen. Daar komt de echte kapster straks voor. Ik ben nog in opleiding", zei ze tegen me. "Ja, dat dacht ik al" ging door me heen maar ik hield m’n mond en liet m’n haren wassen. Zij hield echter niet d’r mond. Ik waste m’n haar met een verkeerde shampoo, liet ze mij weten. Zij hadden wel een betere shampoo voor mijn soort haar. "Zeker beter voor jullie kassa?" dacht ik. Ik gebruik al jaren dezelfde shampoo. Nog nooit problemen mee gehad. Een echt verkooppraatje. Dat de kapperszaak doordeweeks voornamelijk vrouwelijk was bleek niet alleen uit het feit dat er veel vrouwen waren en uit de damesblaadjes in de koffiehoek maar ook en zeker vóóral uit het gekakel over van alles en eigenlijk nog niks. Er waren zelfs vier oudere dames bij die afspraken in de koffiehoek van de kapsalon om lekker bij te keuvelen en omdat ze er toch waren een permanentje lieten zetten. Hè? Ze was klaar met m’n haar wassen en zei: "de echte kapster komt er zo aan." De echte kapster? Is er dan ook een onechte kapster? Of wilde ze daarmee benadrukken dat zij nog niet helemaal echt was? Ik sloot even m’n ogen maar die schrokken ineens weer open omdat ik omhoog gepompt werd door de "echte kapster." Een kapster met zo’n in eigen kapsalon gemaakt punkkapsel. Ik kreeg een te grote kappersmantel om me heen gegooid. Ik heb nooit jeuk aan m’n neus maar op de één of andere manier heb ik dat dan juist wel. "Lust U misschien een kopje koffie?" vroeg ze me. Hè hè, ik dacht dat ze het me nooit zouden vragen. "Ja dat lust ik wel" antwoordde ik. En ze gaf de nog-net-niet-kapster opdracht om een kopje koffie voor mij te halen. "Hoe had U het gehad willen hebben, zal ik langs de oren heen knippen?" Was dit een vraag of een dreigement? "Nou, als ik m’n oren mag behouden…heel graag" grapte ik. Inmiddels had ik m’n kopje koffie. En net op het moment dat ik een slok koffie wil nemen begint de “echte kapster” te knippen. En ja hoor, in mijn koffie valt het eerste pluk haar. "O sorry, U krijgt wel een nieuw kopje koffie" waarop ik zei dat dat niet hoefde. Ik viste de haren uit m’n koffie die ik vervolgens gewoon op dronk. Kappers kunnen niet alleen goed knippen maar ze kunnen ook heel goed praten. Ja echt. Ik kom niet vaak in een kapsalon maar als ik er kom zeggen ze altijd tegen mij dat het mooi weer is buiten. Vooral die toevoeging "buiten" doet het ‘m. Ook vragen ze mij altijd of ik vrij ben. Of ik een snipperdag heb? En nog meer van die praat van het "waar gaat het over" gehalte. Inmiddels was ik klaar en liet ze mij door een klein rond spiegeltje zien hoe mooi m’n achterhoofd is. Prachtig, zo vaak zie ik m’n eigen achterhoofd niet. Ik moest afreken in de afrekenhoek en ze vroeg of ik tevreden was. Dat ben ik. "Tot de volgende keer" zei ze vriendelijk. Of die volgende keer ooit komt....?

Ik hoop dat m’n eigen huis, tuin en keukenkapster gauw beter is. Waar ze me knipt? In m’n eigen hoekje!

 

Walter

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto gebruikt onder Creative Commons van Gruenewiese86  © 2013 Alle rechten voorbehouden.

Maak een gratis websiteWebnode