Taal

18-02-2014 12:00
 
Taal
 

Mijn dochter gaat straks naar het middelbaar onderwijs. We zijn al op diverse scholen gaan kijken om te oriënteren. Ook zijn we op scholen gaan kijken voor tweetalig onderwijs. Tweetalig onderwijs? Laat de jeugd eerst maar eens het Nederlands goed onder de knie krijgen, ben ik van mening. Of spreekt men nu “modern Nederlands?” Zo heeft mijn dochter het weleens over haar bff. Laatst zaten we thuis aan tafel toen mijn tienerdochter ineens zei: “Pap, mam, ik wil een tattoo laten zetten. Ik heb samen met m’n bff al info gevraagd maar je moet achttien zijn. Die tattooman is heel crea” floepte ze er zomaar even uit. Verbaasd keek ik mijn vrouw aan. “Ik overleg vanaaf wel even met m’n fb-vrienden welke tattoo ik wil en waar. Maar ik heb er eigenlijk al één gezien, die is bij ons allebei favo. Morgen na school ga ik naar m’n bff. D’r pa komt toch pas heel laat thuis, die moet werken want die is prof op het lab. Die vader is net een travo.” Hè, pardon? vroeg ik klapperend met m’n oren van verbazing. “Wat?” vroeg m’n dochter. “Je bff?” “Ja” zei ze, “vroeger sprongen we samen op de trampo en nu zijn we nog steeds bff’s 4 ever. We gaan naar de zelfde orto en onze droom is om samen ooit een helivlucht te maken.” “En nu gewoon Nederlands” zei ik ietwat geïrriteerd. “Hoezo, gewoon Nederlands?” Ik legde haar uit dat een “trampo” een trampoline is en een “orto” een orthodontist. Dat “wij” spraken over een helikoptervlucht, over informatie en dat ik gewoon een beste vriend had. De “ouwe lul” in mij kwam weer naar boven. “Papa leerde nog dat je netjes moet praten en duidelijk moet articuleren” zei ik tegen m’n dochter. “Hè, arti…wat?” Tegenwoordig weet de jeugd niet eens wat dat is. Het praten in deze “aftraptaal” is ook een gevolg van deze tijd. Van al die smsjes. Zoals er geschreven wordt, wordt er ook gepraat. En zoals er gepraat wordt, wordt er ook geschreven. Het wordt ze ook zo aangeleerd en dat is best wel triest. Zo stond er laatst op een reclamebord van een winkel: “alle speelgoed halve prijs.” Nou ben ik misschien een zeikerd daarin of zoals laatst iemand zei, uh, iets met mieren…. maar het is gewoon niet goed. Toen ik de winkelmeisjes er op wees werd mij enthousiast gezegd: “Ja meneer, alle speelgoed is voor de halve prijs.” Zelfs de bedrijfsleider wist niet wat ik bedoelde. “Even” is veranderd in “ff”. “Wachten” is “W88” en vanavond is “vanaaf” geworden. Om maar iets te noemen. Ik had vroeger samen met m’n zusje een geheimtaal. We lieten de klinkers weg in een woord en dachten dat niemand het ooit zou kunnen ontcijferen. Maar zo creatief als “ze” vandaag de dag zijn…. Ik hou helemaal niet van die “snelle afgetrapte taal”.  Maar het schijnt modern te zijn. Ook het “verengelse” lijkt het moderne Nederlands te gaan worden. Het slome “vierentwintig uur per dag” is vervangen door het snelle “twenty four seven.” En meer van dat “Kijk mij eens hip in een buitenlandse taal spreken” gedoe. Doe dat nou niet! De Nederlandse taal is iets moois. Wat ook mooi moet blijven. Spreek het uit zoals het moet ofwel “noem het beestje bij de naam.” Dat is mijn voorkeur. Maar alles wordt maar verbasterd of er wordt iets extra’s aan toegevoegd. Een “gewone” opa is niet meer te vinden. Het is te gewoon geworden. Zo zijn er tientallen op leeftijd zijnde “oekiepoekie’s” met kunstgebit. Volwassen mannen van een derde generatie die zich zo laten noemen. En als er niet iets aan wordt verbasterd dan wordt er wel iets aan toegevoegd. Zo ken ik een opa waar “frikandel” aan toegevoegd is. Waarom? Geen idee. Het is nu dus “Opa frikandel.” Hahaha, opa frikandel. Getrouwd met oma sappie. “Sappie, wat voor sap?" Zo heeft m’n moeder altijd gezegd dat ze geen oma genoemd wilde worden. Ongetwijfeld zal ze daar een reden voor hebben. Toen ze een aantal jaren geleden grootmoeder werd heb ik naast de geboortekaartjes ook een kaartje verstuurd met de tekst: “Mijn moeder is oma geworden. We noemen haar omi.” Zelf had ik een oma die noemden we “oma leeft.” Waarom weet ik niet. Het rare of misschien wel het grappige, het is maar hoe je het wilt noemen, was wel de leuke woordspeling op het rouwkaartje die we ontvingen een aantal jaar later: “Oma leeft niet meer.” Aan bijnamen heb ik ook een hekel. Daar heb ik een trauma aan over gehouden. Vroeger had ik de bijnaam “plathoofdindiaan.” Waar dat vandaan kwam is me altijd een raadsel geweest want zo’n plathoofd had ik niet. Nu, jaren later, ben ik gepromoveerd naar bolhoofdindiaan wat ik, als ik in de spiegel kijk, beter kan begrijpen. Nu alleen dat “indiaan” nog even zien te verklaren.

Ik ben het zat en ik heb me voorgenomen om niet meer te luisteren naar die “aftraptaal."  Op één uitzondering na: Als m’n vrouw vraagt “Walt, ff uh…?” Dan zet ik mijn principes even opzij.
  

Walter




















































 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto gebruikt onder Creative Commons van Gruenewiese86  © 2013 Alle rechten voorbehouden.

Maak een gratis websiteWebnode