Van de pot gerukt

04-12-2013 12:00

Van de pot gerukt 

Het was in Székesfehérvár. Waar? In Székesfehérvár, een dorpje in Hongarije waar mij duidelijk werd wat “van de pot gerukt” betekend.

Het was half jaren tachtig toen ik met m’n ouders en m’n zusje op vakantie was in Hongarije. Het was ons favoriete vakantieland. Het was het tweede jaar dat we er waren. We stonden op een camping die “Bagodomp” heette, dat betekent Uilenburcht. Het was echt kamperen en de camping was niet echt luxe. Maar we hadden het goed naar onze zin. Vaak gingen we zwemmen in het bekende Ballatonmeer en soms trokken we er op uit om wat stadjes te bekijken. Zo ook die ene dag, welke ik m’n leven lang niet meer zal vergeten Het was een zonnige dag, niet te heet. We besloten om een eindje te gaan rijden; we zouden wel zien waar we uitkwamen. Nadat we over een grote markt waren gelopen waar iedereen je van alles, toch wat opdringerig “aan probeert te praten” en wat dorpjes hadden bekeken, besloten we rustig op een terrasje te gaan zitten om iets te drinken; het dorpje waar we waren heette Székesfehérvár. Het zonnetje scheen en het was een leuke dag. Ik moest even naar het toilet en liep daarom het restaurant binnen. Voor de heren en damestoiletten stond een ietwat rare vrouw die mij, in het Hongaars, vroeg of ik sigaretten wilden kopen. Tenminste, dat begreep ik. Toen ik duidelijk had gemaakt dat ik dat niet wilde, liep ik niets vermoedend naar het herentoilet. Nu, of liever gezegd, toen was het zo dat er niet altijd een slot op de wc-deur zat. Dat was op de camping ook zo. Je zette dan je voet onder de deur zodat men zag dat die wc bezet was. Hier kon de deur ook niet op slot. En m’n voet diende hier dan ook als slot. Al snel hoorde ik iemand de herentoiletten binnenkomen. Dat kan, dacht ik, want er was nog een toilet, en ik had immers mijn voet onder de deur. Maar opeens werd er toch aan mijn deur gerammeld. “Nein, nein ist bezet”, riep ik op mijn beste Duits. Er werd echter zo hard aan m’n deur getrokken, dat ik ‘m niet meer dicht kon houden en de deur met een ruk openvloog. Het bleek die ietwat rare vouw te zijn, die me daarnet nog sigaretten wilde verkopen, die nu voor me stond. En daar zat ik dan. Op een toilet in een cafétje ergens in een dorpje van Hongarije waarvan ik de naam nauwelijks kon uitspreken onmachtig iets te doen. “Nein, nein, ich will keine, geh weg, schreeuwde ik. Ze wees op m’n portemonnee. Ze wilde geld. Ik werd razend. Ik weet niet wat en hoe ik het allemaal geroepen heb; in het Engels, Duits, Nederlands; alles door elkaar. Ik was kwaad en bang tegelijkertijd; het ging ook allemaal zo snel. Ik scheet zeven kleuren….In paniek stond ik op. Ze pakte me vast, omhelsde me en wilde zo m’n portemonnee pakken. Woest was ik! Ik gaf haar een flinke duw en ze viel tegen de wasbakken. In paniek vluchtte ik, met m’n broek op m’n knieën, het restaurant in. Iedereen keek me raar aan maar dat kon me op dat moment niks schelen. Ik rende als een op hol geslaagde pinguïn over het terras terwijl ik m'n broek omhoog trok. De parasols gingen als lucifershoutjes heen en weer door mijn paniekerige loopje. Ik vertelde m’n ouders al stotterend wat er was gebeurd. De rook kwam uit m’n oren van woede.

Sigaret gerookt? Vroeg m’n vader. Ik, roken? Ben jij nou helemaal van de pot gerukt!?

 

Walter

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© 2013 Alle rechten voorbehouden.

Mogelijk gemaakt door Webnode